Gesprekstechnieken – Vraagtechnieken

Binnen de gesprekstechnieken zijn er een hoop vraagtechnieken waarmee je meer uit een gesprek kan halen. Er zijn veel verschillende soorten vragen om te stellen. Welk type het meest geschikt is, hangt af van je doel en van de situatie. Met open vragen stellen bereik je het meeste. Hoe en waarom? Dat ontdek je hier.

De voordelen van vragen stellen:

  • Het helpt je een actieve luisterhouding aan te nemen, wat goed is voor de non-verbale communicatie.
  • Ze zorgen ervoor dat aannames en ruis op de lijn kunnen verminderen of verdwijnen. Het helpt helderheid te scheppen in een gesprek.
  • Je voorkomt een monoloog van jouw kant.

Meer informatie cursus gesprekstechnieken

Verschillende soorten vraagtechnieken

Er zijn veel vraagtechnieken om in te zetten. En soms lopen ze in elkaar door. We halen er een aantal voor je uit, met de voor- en nadelen benoemd.

Gesloten vragen

Op een gesloten vraag krijg je vaak een ‘ja’ of ‘nee’ als antwoord. Het kan ook een vraag zijn waarbij er een keuze is tussen antwoord A en antwoord B. De als-dan vraag is er ook: ‘als wij…, kunt u dan…?’ 

Voordeel van een gesloten vraag is dat je het gesprek meer sturing kan geven en het je snel heldere informatie verschaft. Het nadeel is weer dat je met veel gesloten vragen het gesprek weer te veel kan domineren of dat de ander het interpreteert als een kruisverhoor.

Open vragen

Open vragen leveren vaak de meeste informatie op. Degene die antwoord, heeft de ruimte meerdere kanten op te gaan. De bekendste zijn vragen die beginnen met wat, wie, waar, wanneer, waarom en hoe.

Hiermee is er ruimte voor de ander om (veel) informatie, kennis, inzichten en uitleg te delen.

Een goede of sterke open vraag is:

  • neutraal. Zoals: wat vindt u van..?
  • zo kort mogelijk
  • met het juiste vraagwoord
  • ondersteund met bijpassende non-verbale communicatie. Zoals aankijken, knikken en naar de gesprekspartner toegedraaid zijn met je lichaam

Andere soorten vraagtechnieken

In een suggestieve vraag komen vaak de woorden ‘dus’ of ‘toch’ voor. Denk aan ‘Je verwacht dus niet dat…’ of  ‘Je wilt toch zeker niet…’ maar ook ’Beweer je dan dat…’. Vaak is het een gesloten vraag, maar het kan ook een erg gestuurde open vraag zijn.

Tegenvragen kunnen zowel open als gesloten vragen zijn. Je vraagt door op wat iemand zegt. Dat kan simpelweg door te vragen ‘waarom denk je dat…’ of ‘hoe bedoel je dat?’.

Controlevragen helpen je om te verifiëren of je begrijpt wat je gesprekspartner zegt.